donderdag 14 april 2011

de 'nieuwe' lerende...?

Opa leert ons...


en Opa leert ons nog meer....

donderdag 10 maart 2011

Motivatie...

Dan Pink hield in juli 2009 een prachtige TED talk met als titel: 'de verrassende wetenschap over motivatie'.
Over dit onderwerp publiceerde hij ook een prachtig boek met als titel 'Drive'.
Hij deelt een paar verrassende inzichten met ons, alleen daarom al moet je onderstaande filmpjes met grote aandacht bekijken!
Maar wat mij bezig houdt is wat zijn conclusies betekenen voor het onderwijs.
Dan Pink geeft aan dat er drie factoren zijn die het resultaat positief beinvloeden, drie factoren die het resultaat gericht werken van mensen positief stimuleren.
1. Autonomie (zelfsturing)
2. Vakmanschap (dat wat je goed kunt)
3. Doel (zingeving)
Opmerkelijk is dat er in dit lijstje een heleboel voor de hand liggende factoren (zoals o.m. beloning) ontbreken!

In eerdere bijdragen heb ik het profiel van de Netwerklerende geschetst. Deze 'nieuwe lerende' (een bijzonder vage term die het onderscheid dient t.o.v. de persoon die in oude fysieke instituties les krijgt aan de hand van vooraf vastgestelde curricula)verrijkt zijn/haar eigen competenties vooral op eigen initiatief (zelfsturing). Deze nieuwe lerende zoekt de groei in wat hij/zij kan (Vakmanschap). Hij/zij draagt bij aan de (digitale) groep waartoe hij/zij is gaan behoren en laat zich raadplegen als een bron voor anderen, omdat hij/zij op die manier groei in kwaliteit voor de gehele groep stimuleert (Zingeving)...
Als we de groei en ontwikkeling van jonge mensen willen stimuleren moeten we ons dus richten op deze drie kernfactoren, daarbij uitgaande van de Lerende...
Zouden de denkbeelden van Dan Pink op die manier ons onderwijs kunnen versterken? Of deden we het al op zijn manier...?

Een prachtige animatie...


TED Talk (zeer de moeite waard en afwijkend van bovenstaand filmpje)

donderdag 20 januari 2011

de nieuwe basisvaardigheden...?

Vandaag kreeg ik van allerlei kanten dezelfde notificatie in mijn email.
Jonge kinderen kunnen eerder en beter overweg met een webbrowser, dan dat zij hun veters kunnen strikken.
Wat ik in mijn eigen omgeving al langer zag, wordt nu door een groot onderzoek onder 2200 moeders met kinderen van twee tot vijf jaar oud in de Verenigde Staten, Canada, Europa, Japan, Australië en Nieuw-Zeeland bevestigd.

Op oudjaarsdag kwamen wij met de ICE terug uit Duitsland.
Voor ons zat een jong ouderpaar met een peuter van naar schatting 8 maanden.
Om het kind bezig te houden werd het de iPhone van papa voorgehouden. Met hun drieén waren ze ingespannen de 'Angry Bird'game aan het spelen.
Het meisje wist exact wat ze moest doen... Lopen, veters strikken, zwemmen, fietsen... Dat is voor haar allemaal nog toekomst.
Maar haar plaats in de virtuele wereld heeft ze alvast gevonden.

Ik heb het gevoel dat iedereen dit soort observaties in de eigen omgeving kan doen.
Een waardeoordeel in de zin van "vroeger was alles beter" kan ik daar niet over geven. Dit is de realiteit...
en daarmee is het ook de realiteit voor het onderwijs.
Deze kinderen laten zich niet gevangen houden in een verleden...
Zij hebben een andere toekomst dan die waar een groot deel van het huidige onderwijs op anticipeert.

meer over het onderzoeksrapport
nieuwsbericht

maandag 20 december 2010

leven in twee werelden

Een vakantie foto, Parijs 2010.
Niet gehinderd door het geregelde leven kijk je om je heen en zie je allerlei zaken die anders door je eigen filter buiten je aandacht worden gehouden. Daar is vakantie toch voor? Even bijtanken, een frisse wind door je hoofd laten waaien, nieuwe ideeën opdoen… Even alle ellende buiten sluiten en helemaal gaan voor het grote genieten.
Wij stapten uit de drukke metro en zouden Mont Martre gaan verkennen.
In een rustig parkje maakten we het definitieve plan van aanpak… eerst dit dan dat… en dat plan liep eigenlijk meteen al anders in dat parkje.

Zo in het begin van zo’n dag kijk je meer door de lens dan met je eigen ogen. Wat die digitale camera voor stille revolutie teweeg heeft gebracht is al vaak beschreven. Plaatjes worden maar raak geschoten, de selectie maken we achteraf, tenminste, dat zeggen we… maar wie doet dat nog uit die duizend vakantiefoto’s. Het is toch veel gemakkelijker om alles te bewaren?
Van deze foto wist ik direct dat ik die ging bewaren. Het beeld is een verhaal op zich.
Van Drop Box

Het is ochtend, ongeveer 11:30 uur. De zwarte man ligt te slapen op de bank. Het zal wel een zwerver zijn, maar het pak dat hij aan heeft houdt ook andere mogelijkheden open…
De vier mensen op de andere bank komen aanlopen… ze zijn moe en moeten even gaan zitten. Het lijkt een familie te zijn, maar ze hebben weinig met elkaar… Ze raken elkaar niet aan, ze bewaren een gepaste afstand tot elkaar; drie keer ongeveer dezelfde ruimte tussen hen in... De man kijkt opzij en schat zijn kansen in. Maar zijn vrouw reageert niet. Het hek is voor de drie dames kennelijk bijzonder interessant.
Hun wereld is netjes afgekaderd. Van de bank tot aan het hek, overzichtelijk… Dat geeft rust. En dat wat ze niet willen zien bestaat niet… De man achter hen zien ze niet,
maar hij ziet hen ook niet. Hij houdt zijn hand voor z’n ogen.
Hun werelden schampen elkaar…

Voor mij is het een beeld dat staat voor de manier waarop we nu leven; bij elkaar, naast elkaar, zonder elkaar en veilig afgesloten van de omgeving…
In de digitale wereld gebruiken we Google als we iets zoeken en Google geeft ons terug wat we willen weten. Op basis van het profiel dat Google heeft opgeslagen krijgen we onze personalized search results terug. Wat er nog meer te vinden is, hoeven we niet te weten, we zijn tevreden met wat Google ons geeft.
We communiceren met onze vrienden uit de vriendenlijst. We leven met hen mee, bekijken hun foto’s, krijgen een melding als zij zich verplaatsen, horen per direct wat ze voor leuks hebben gezien, gekocht, gehoord, gevonden…
Mensen die niet op de vriendenlijst staan bestaan niet…
Het is net het echte leven…
De ‘Social Media’ maken ons niet socialer, ook niet a-socialer…
Samen leven is keuzes maken…
Of dat nou op dat bankje in Parijs is of als je je in de digitale wereld begeeft…
Je bepaalt zelf wat je wilt zien en wat je doet of laat.

woensdag 24 november 2010

... op zoek naar 'geluksgevoel'...

In eerdere blogbijdragen heb ik geschreven over het profiel van de ‘netwerklerende’.
De ontwikkeling van mensen in de fysieke wereld is door de verschillende ontwikkelingspsychologen helder beschreven. Met het actueel worden van de virtuele wereld wordt er in toenemende mate onderzoek gedaan naar de manier waarop mensen zich in deze omgeving ontwikkelen.
De ontwikkeling loopt voor beide omgevingen behoorlijk gelijk op; pas in de laatste fase loopt deze iets uit elkaar. Voor de virtuele wereld lijkt te gelden:
Fase 5: Entiteit De ‘nieuwe lerende’ is blijvend actief. Hij realiseert zich dat kennis in de groep bestaat en dus nauwelijks meer individueel kan worden gereproduceerd. Zo lang men in de groep actief is zal men bijdragen aan de kennisontwikkeling en dus ook zelf meer kennis opdoen. Het klassieke lineaire leren is nu volledig veranderd in NetwerkLeren. Daarmee is de nieuwe lerende een autonoom lid van de groep geworden. Hij functioneert volledig zelfstandig binnen de groep en kan zich vrij bewegen tussen meerdere groepen.
Het verschil t.o.v. de ontwikkeling in de fysieke wereld zit hem dan in de verplichting om blijvend bij te dragen aan de ‘kennis’ van de groep.

In deze presentatie die hoort bij de les 'signaleren en analyseren' van verschillen Pabo Hogeschool Domstad wordt e.a. nog eens summier uitgelegd:

Op 9 november 2010 werd de eerste TrendRede van Nederland uitgesproken, een initiatief van Nederlandse toekomstdenkers. In deze rede wordt een interessante opmerking gemaakt over de Maslow-piramide:
Nederland classificeert zich in de wereldtop wanneer het gaat om gemeten geluksgevoel. Nieuwe generaties jongeren scoren zo goed op zelfvertrouwen (Review of General Psychology, september 2010) dat de gangbare meetmodellen tekort schieten. Onderzoekers argumenteren dat de Maslow piramide een nieuwe laag nodig heeft, omdat in de westerse wereld het –huidige hoogste – niveau van zelfverwerkelijking een gegeven is. In Amerika noemt men die nieuwe laag ‘parenting’ (zorgen voor een nieuwe generatie), Nederlandse onderzoekers zoeken het in het bredere ‘zingeving’. Uit een onderzoek dat het Financieele Dagblad en Academia Aemstel uitvoerden naar beleving van werk: “Veel mensen weten eigenlijk niet wat er ‘voorbij Maslow’ nog te doen, te groeien en te beleven valt. Nog mooiere en langere vakanties, nog meer zwembad om het huis, nog meer goeroes met hun eigen visie? Het inspireert niet meer. We willen geen consument zijn. We willen participeren in onze wereld. We willen niet voor niets geleefd hebben”. Een recente documentaire, ‘Alles wat we wilden’, naar de drijfveren van twintigers, verdiept dat beeld. Twintigers bleken vooral te streven naar een leven dat het waard is om herinnerd te worden.

Nou beschrijft Maslow met zijn piramide geen ontwikkeling. Maar de vervulling van de behoeften die hij in de opeenvolgende niveaus beschrijft zijn wel een voorwaarde voor een evenwichtige ontwikkeling van mensen.
Daarom lijkt de combinatie van de opmerking uit de trendrede met de beschrijving van de laatste fase van ontwikkeling van de NetwerkLerende een hele boeiende. Zou die verplichting om ‘blijvend bij te dragen aan de kennis van de groep’ ook bijdragen aan een het geluksgevoel en het niveau van zelfverwerkelijking?
Voor het onderwijs zijn dit uitdagende vragen…

Stichting Leerplan Ontwikkeling kwam in het licht van deze vragen met een prachtig Kernleerplan Burgerschap.
Het zijn boeiende tijden voor een onderwijsmens....

bronnen:
trendrede
piramide van maslow
netwerklerende
Kernleerplan Burgerschap

interessant om te lezen:
Patti Valkenburg
Wim Veen

donderdag 14 oktober 2010

...en als we nou eens een school zouden gaan bouwen...

...hoe zou dat er dan uit zien?
Allereerst; School?
Zullen we daar dan maar 'Leeromgeving' van maken?
En zullen we de 'Leerkracht' binnen die leeromgeving gaan benoemen als 'omgevingsfactor'? En is die leeromgeving dan ingericht met allerlei aanbod? Of is die omgeving meer ingericht op volgen?
Wie is de motor van het leren, wat zet het leren in beweging? Is dat de leerkracht of juist de leerling?
Wat zijn de keuzes die we maken? Als we dan toch mogen bedenken hoe die school er uit zou moeten zien, gaan we dan uit van het 'te behalen resultaat', het eindproduct? Of creeeren we een vertrekpunt..?

M.J. Gelb maakte een analyse van het denken van Leonardo da Vinci. Deze mindmap is gemaakt nav zijn boek; 'Denken als Leonardo da Vinci'.


In onderstaande animatie horen we de stem van Sir Ken Robinson. Zijn woorden worden geanimeerd en geillustreerd met heldere beelden. Sir Ken Robinson beschrijft in heldere bewoordingen zijn visie op 'hoe onderwijs is' en op 'hoe onderwijs zou kunnen zijn'.

woensdag 30 juni 2010

... de cijfers d.d. 30 juni 2010...

Vandaag verschijnt een kort berichtje op nu.nl
Internet verdringt TV bij jongeren
Bij mij thuis heb ik eindelijk de afstandsbediening van de TV weer in handen. De zitten de kinderen met een laptop op schoot of een iPod op hun hoofd (en vaak nog allebei tegelijk)
Het CBS produceert nieuwe getallen die deze anekdotische -want particuliere- observatie bevestigen als een trend.
99% van de jeugd tussen 12 en 25 jaar heeft de beschikking over internet. Zij gebruiken internet voor
e-mailen en chatten, en voor het spelen van games en downloaden van films en muziek...
Zij zijn dus verbonden, leven in dit netwerk van verbonden mensen.

Het is een klein berichtje, waar een grote sociale verandering achter schuil gaat.
Lees het item op de website van het CBS

donderdag 24 juni 2010

aanvulling - een nieuw leerling profiel....

In het vorige blog worden de kernactiviteiten benoemd die toegedicht worden aan Leonarda da Vinci.
Micheal J Gelb schreef daarover het boek Denken als Leonardo da Vinci.

In zijn afscheidsrede geeft Prof. Dr. Robert Jan Simons een prachtige presentatie waarin het eerste aspect Curiosa wordt uitgediept. (met dank aan @vanPopta)
Een must voor iedereen die zich met onderwijs bezig houdt!

woensdag 23 juni 2010

een nieuw leerlingprofiel..?

... of juist een heel oud ideaal!
Als kind wilde ik Leonardo zijn. In onze boekenkast stonden verschillende boeken over da Vinci.
Het leek me heerlijk om een 'uomo universale' te zijn. Alles weten, alles kunnen, alles leren...
En ik heb mezelf voor de spiegel getekend, ik heb de natuur geobserveerd, ik heb de 'perpetuum mobile' bedacht...
Maar door de realiteit wakker geschud heb ik me erbij neergelegd, dat ik me moest specialiseren. In onze samenleving is er geen plaats voor generalisten.

Voor een opdrachtgever hebben we de afgelopen zes weken wat gestoeid met een onderwijsconcept. Dat was heel leuk om te doen. Als basis hebben we het boek 'Denken als Leonardo da Vinci' van Michael J.Gelb gebruikt. Het is niet een boek dat op het onderwijs is geschreven, maar als bron is het heel bruikbaar.
Mbv een mindmap heb ik een uittreksel van dit boek gemaakt.
Van Drop Box

Onderwijs dat uitgaat van nieuwsgierigheid, gebaseerd is op onderzoek, prikkelt tot een basale kritische houding t.o.v. jezelf, etc.
Onderwijs dat leerlijnen ziet als richtinggevend en niet als leidend.
Onderwijs waarbij er geen scheiding is tussen virtuele- en fysieke wereld.
Onderwijs dat uitgaat van de regel: "Leg niet teveel vast, anders beweegt het niet meer!"

vrijdag 20 november 2009

Het profiel van 'leerling 2009'

Voor de TeechmeetPO d.d. 28 oktober heb ik bijgaande presentatie gemaakt.


op Twitter kunt u alle berichten en commentaren op de presentaties terug lezen mbv de hastag #tmpo

De student is producent...

...en geen consument.

In voorgaande blogposts heb ik geschreven over de verschillende ontwikkelingsfases van iemand die groeit als lerende in de virtuele wereld.
Maar hoe werkt dat Netwerkleren nou eigenlijk?
En verschilt het nou sterk van 'gewoon leren'?

Kenmerkend voor iemand die zich in netwerken begeeft is dat hij op handelingsniveau in eerste instantie:
- communiceert Vervolgens gaat hij over tot
- samenwerking om uiteindelijk zelf over te gaan tot
- creatie
Dit proces levert uiteindelijk content op. Waarmee het leren dus heeft geleid tot productie.

Daarmee treedt een reflectie- of feedbackcirkel in werking
die de volgende stappen afloopt:
- productie
- publicatie
- publiek en presentatie
- peer review

Het afgelopen weekend publiceerde Petra de Boevere ook wel bekend als @slijterijmeisje een prachtige presentatie op Slideshare. Het is een uitdaging om die presentatie tegen het licht te houden van het profiel van een netwerklerende student.



Op de originele blogpost reageerde Esther van Popta:

Beste Jan,

Interessante bijdrage. Ken je het concept Virtual Action Learning. Hetgeen je beschrijft vormt hier namelijk de kern. Bijkomend idee is dat de student een 'sense of audience' krijgt. Hij schrijft/produceert niet meer voor de docent, maar voor de buitenwereld.
Meer info: zie http://www.virtualactionlearning.nl. Ik werk zelf bij de HAN (Hogeschool Arnhem Nijmegen) en daar hebben we ruim ervaring met dit concept.
Groet,
Esther van Popta

13 OKTOBER 2009 13:00

De nieuwe lerende fase 1: Activering

Mitch Joel schrijft in zijn 'Six pixels of separation' over het thema "Everyone is connected. Connect your business to everyone" Hij schrijft vanuit de gedachte dat je met elk ander mens op aarde verbonden bent via zes andere mensen. Als voorbeeld noemt hij een site als Linkedin. Op LinkedIn worden contacten beschreven in drie 'ringen'. De primaire contacten ben je zelf aangegaan. Op het moment van schrijven heb ik een eerste ring van 62 contacten. Maar via deze ring heb ik contact met de relaties van mijn eerste ring. In totaal zijn dat er 5400. Van deze contacten naar de derde ring levert voor mij al 552700 contacten op!
Op deze manier door redenerend sta ik slechts zes stappen verwijderd van de president van Amerika. Daarmee wordt het grote belang van netwerken (connecting) onderstreept.
Hoewel het boek van Mitch Joel vooral de arena van het zaken doen benoemt is de inhoud uitstekend toe te passen op onderwijs. In een eerdere blog schreef ik over 'de nieuwe lerende' Daarin benoemde ik vijf fases van ontwikkeling.
Fase 1: Activering
Fase 2: Identificatie
Fase 3: Groepslid
Fase 4: Profilering binnen de groep
Fase 5: Entiteit
De ambitie is om ‘de nieuwe lerende’ in deze vijf fases te schetsen. Analoog aan de ontwikkelingspsychologie die de geestelijke (en lichamelijk) groei beschrijft en analyseert, kunnen we ook een ontwikkeling zien van personen die een positie innemen in de digitale wereld.

In deze blogpost en de vier volgende wil ik de stappen die Joel benoemd inpassen in het model van Wim Veen.

Fase 1: Activering
Men beseft dat er een verschil is tussen het ‘web 1.0’ gebruik van internet en ‘het web 2.0’ en men gaat die web 2.0 wereld verkennen. In deze periode wordt geëxperimenteerd met het gebruik van MSN, Skype.
Kinderen spelen binnen de omgeving van bijvoorbeeld Runescape, Habbohotel en spellen.nl. Vaak is er ook een passief gebruik van een profielensite zoals Hyves.nl

Mitch Joel:
Ga aan de slag. Techniek is al lang niet meer het probleem. Sluit je aan, vanuit het besef dat je via vrienden van vrienden in contact staat met uiteindelijk iedereen. En realiseer je ook dat je dus in contact staat met de informatie van die mensen. Ga mensen ontdekken! O ja… Google is omnipotent. In dit geval bedoelen we daarmee dat het een olifantengeheugen bezit. Alles wordt onthouden. Daarom dit advies: 'Forget privacy, manage your identity' Je privacy bewaren is onmogelijk, zorg er daarom voor dat je een juist beeld van jezelf laat zien! Wees je bewust van je identiteit.

De nieuwe lerende fase 2: Identificatie

In vervolg op de vorige blogpost vandaag De nieuwe lerende fase 2.
In het oorspronkelijke blog schreef ik op dinsdag 21 juli 2009:

Fase 2: Identificatie
Door de respons die men krijgt op o.m. de profielensite wordt het gebruik van de web 2.0 wereld versterkt. Games in virtuele werelden zoals ‘World of Warcraft’, ‘Call of duty’ en ‘Second Life’ geven een sterke feedback op het handelen van de persoon.
Deze periode wordt dan ook gekenmerkt door bewustwording van een digitale identiteit. Op basis van de zelf gecreëerde identiteit voelt men zich deel van een groep in de digitale wereld. Men zoekt aansluiting en gaat zich met die groep identificeren.


Mitch Joel met betrekking tot deze ontwikkelingsfasefase:
Terwijl je wat om je heen hebt gekeken en verschillende groepen hebt ontmoet ben je je waarschijnlijk ook meer bewust geworden van dat wat je zelf wilt en wat niet. En het spreekt vanzelf dat je je meer bezig houdt met de mensen in wie jij je herkent en bij wie jij je ‘thuis voelt’.
Neem de tijd voor dit proces. Mitch Joel gebruikt daarvoor het beeld van water:
“Denk niet aan de steen die in het water wordt gegooid. Dat geeft een enorme plons, het water spat kort heel hoog op en mensen aan de overkant zien even dat er wat gebeurt. Maar dat effect is snel weg.
Denk meer aan de rimpelingen in het water. Men heeft die rimpelingen niet snel in de gaten, maar ze bewegen zich eindeloos voort. Uiteindelijk bereiken ze de overkant. De mensen daar merken dat er iets gebeurt”.
Gedurende de fase van identificatie word je je meer en meer bewust van je eigen identiteit. Je identificeert je met een groep en daardoor word je je ook meer bewust van wie je zelf bent.

De nieuwe lerende fase 3: Groepslid

In vervolg op beide vorige blogposts vandaag De nieuwe lerende fase 3.
In het oorspronkelijke blog schreef ik op dinsdag 21 juli 2009:

Fase 3: Groepslid
Men gaat zich binnen de groep manifesteren. De nieuwkomer wordt een actief lid dat bijdraagt aan de groep. Het groepslid wordt actief in het gebruik van applicaties als; blog, fora, Twitter, Youtube, Flickr e.d. waarbij men voornamelijk reageert.
Mitch Joel met betrekking tot deze ontwikkelingsfase:
Nu je zelfbewust lid van de groep bent, wordt ook voor de groep duidelijk wie jij bent. Zorg er steeds voor dat je helder bent in wat je doet en schrijft. Mitch Joel gebruikt daarvoor de term ‘Personal Branding’
Hij beschrijft de fases 3 en 4 van Wim Veen meer als één ontwikkelingsfase. Daarbij zou je wel kunnen zeggen dat bij Mitch Joel voor fase 3 het accent valt op de voorbereiding van de uiteindelijk ‘Coming out’ in fase 4.
Hij benoemt twee kernbegrippen die voor fase 3 belangrijk zijn.
- Hoe ga je om met de ‘informatie’ die je hebt te bieden?
T.a.v. informatie moet je nadenken over de inhoud, maar ook over de manier waarop je die inhoud beschikbaar stelt.
M.b.t. beschikbaar stellen:
Zorg ervoor dat mensen, die er om vragen (!) de relevante informatie en op tijd krijgen.
M.b.t. de inhoud:
Wees gepassioneerd! Als het niet voor jezelf belangrijk is, voor wie dan wel?
Wees onderscheidend! Welke kennis en expertise heb jij die een ander niet heeft?
Bind mensen! Kan ik iets maken dat mensen versterkt en met elkaar verbind?
Hoe bind ik me zelf? Hoe kan ik bovenstaande punten gebruiken om in contact te blijven met die mensen?
Hoe sta ik in mijn omgeving? Wat doen anderen om mij heen en kan ik dat beter?

- Wat is je ’medium’?
Vraag je af wat jouw stem is? Ben je sterk in geschreven tekst; wees dan die schrijver! Laat het tekst zijn waarmee jij je bekend maakt aan de wereld! Start een blog!
Heb je een karakteristieke stem; laat die stem dan horen! Maak een podcast waarin je jouw ideeën bekend maakt.
Als je sterk bent in beeld of in het creëren van beelden; laat je zelf dan zien! Maak je eigen videoblog en verbaas de wereld.
...

In fase 3 experimenteer je als groepslid. De leden van de groep zullen je van de nodige feedback voorzien terwijl jij experimenteert. Al doende beantwoord je de vragen die jou in deze blog worden gesteld. Daarmee ga jij je eigen taal leren, ontdek je wie je bent en neem jij je plaats in in het netwerk.

De nieuwe lerende Fase 4: Profilering binnen de groep


In vervolg op de vorige blogposts vandaag De nieuwe lerende fase 4. In het oorspronkelijke blog schreef ik op dinsdag 21 juli 2009:

Fase 4: Profilering binnen de groep
De nieuwkomer maakt zich de informatie die in de groep aanwezig is eigen. Hij gaat publiceren en krijgt waardering op zijn bijdragen aan de groep.Daarmee wordt informatie gekoppeld aan zijn specifieke profiel. Zo ontstaat nieuwe kennis. De nieuwkomer wordt binnen de groep meer en meer gezien als ‘bron’. De groep geldt nu als referentiekader voor zijn ontwikkeling en men begeeft zich ook in andere groepen.

Mitch Joel toegepast op deze ontwikkelingsfase:
De antwoorden op de vragen die in de vorige blogpost werden gesteld leiden tot een versterkt zelfbewustzijn. Je hebt je met mensen verbonden die zich ook verbonden voelen met jou, je hebt je stem gevonden en je weet waar je kracht ligt.
Vanuit dat zelfbewustzijn ga je nu participeren. Dat wil zeggen, dat je erop uit gaat. Je leest de blogs van anderen en reageert. Je laat een ‘comment’ na op de blog van anderen, je bent actief aanwezig in de kring. Je neemt deel aan de ‘discussies’ op Twitter. Bedenk daar bij wel dat je in 'je rol' moet blijven. In fase 1 en vooral in fase 2 heb je jouw identiteit bepaald. De manier waarop je in de kring aanwezig bent is consistent met je identiteit.
Het is ook altijd verstandig om je te realiseren dat het olifantgeheugen van Google alles onthoudt. Alles is vindbaar, elke reactie van jou blijft … Zoals eerder al ge-quoted: “Forget privacy! Manage your identity!”
Daarbij houd je je eigen blog op niveau.
In een mooi artikel over Bret Rutledge worden drie hoofdregels voor een goede presentatie benoemd. Ik denk dat je die ook universeel toe kunt passen.
1. Give me a message
2. Make me care
3. Give me a way to remember it
We zijn allemaal wel sterk in de boodschappen. We schrijven onze bloggen vol.
Maar waarom zou iemand het lezen, waarom zou iemand door jouw informatie worden geraakt. Wat wil je dat je lezer gaat doen met je informatie?
Wat maakt dat hij het gaat onthouden? Hoe zorg jij ervoor dat ik me jouw informatie herinner en er iets mee ga doen?

Fase 5: Entiteit

In vervolg op de vorige blogpost vandaag de vijfde en laatste fase.
In het oorspronkelijke blog schreef ik op dinsdag 21 juli 2009:

Fase 5: Entiteit
De nieuwe lerende is blijvend actief. Hij realiseert zich dat kennis in de groep bestaat en dus nauwelijks meer individueel kan worden gereproduceerd. Zo lang men in de groep actief is zal men bijdragen aan de kennisontwikkeling en dus ook zelf meer kennis opdoen. Het klassieke lineaire leren is nu volledig veranderd in NetwerkLeren.Daarmee is de nieuwe lerende een autonoom lid van de groep geworden. Hij functioneert volledig zelfstandig binnen de groep en kan zich vrij bewegen tussen meerdere groepen.

Mitch Joel toegepast op deze ontwikkelingsfase:
Zoekend op de betekenis van het woord Entiteit kom je bij de verschillende resultaten het woord ‘wezenlijkheid’ en ‘wezenlijk bestaan’ tegen. Bij Wikipedia wordt het begrip breder uitgewerkt.
In relatie tot de ontwikkelingsfases van ‘de Nieuwe Lerende’ bedoelen we dat hij/zij een bron is voor anderen. In termen van gedrag benoemt Mitch Joel dat ‘de Nieuwe Lerende’ zich heeft ontwikkeld tot leider; iemand die initiatief toont. Hij combineert de ‘virtuele’ met de reële wereld. Hij staat in het middelpunt.


met dank aan Willem Karsenberg (@trendmatcher) die op Twitter melding maakte van dit filmpje

...een verlengstuk van mijn lijf...

Als technology volledig is geaccepteerd, wordt het vaak niet meer als techiek ervaren. Het voelt dan als deel van jezelf. Mannen spreken vaak over de auto in de eerste persoon enkelvoud: ik rij dan... Ze ervaren de auto letterlijk als deel van zichzelf. Het heeft jaren geduurd voordat het zover was. Eind jaren zestig kochten mijn ouders hun eerste auto. In de straat waren er toen nog veel mensen die geen auto hadden...
Met de GSM is het wat dit betreft heel snel gegaan. Ik kocht mijn eerste mobiel in 1999. Binnen tien jaar tijd is het bezit van een mobieltje ook voor mij gaan behoren tot de eerste levensbehoeften. Wie -in Nederland- heeft er nog geen mobiel.
In de laatste paar jaren is het merk van groot belang geworden. Er is een groep 'gelovigen' rond de i-Phone gevormd. Mensen hebben zakken waar ze het ding in mee kunnen dragen, maar ze lopen zonder dat zij hetzelf beseffen met hun mobiel in de hand rond. Het is een deel van henzelf geworden.

De nieuwe campagne van Hi laat dit goed zien. Mobieltje kwijt, geheugen kwijt!


Bas Haring schreef in de volkskrant van zaterdag 19 september 2009 een bijzonder leuke en illustratieve column onder de titel 'Het geheugen van de waterkraan' (link wordt later toegevoegd) Hij bekijkt het onderwerp vanuit zijn perspectief als filosoof.
Hij probeert een antwoord te geven op de vraag of er in de toekomst een uitbreiding van het interne (menselijke) geheugen zal komen of dat het altijd een vorm van extern geheugen zal blijven.
Dat we meer en meer gaan leunen op de extra mogelijkheden die we creeeren met behulp van assistive technology staat inmiddels vast. In de lessen 'Signaleren en analyseren van verschillen' op Hogeschool Domstad hebben we in de afgelopen weken dit onderwerp even aangeraakt. De ontwerper van deze lessen Gerard Dummer publiceerde er over op zijn blog.
In een eerdere blogpost schreef ik over het zesde zintuig. Mobiele technologie maakt het ons mogelijk om informatie te delen, te zoeken, te verwerken Anytime, Anywhere with Anyone.
Maar ook de functies van het nieuwe Google Wave zullen we gaan ervaren als assistive technology. De vertaaltool en Spelly, het spellingscontrole deel uit Google Wave dwingen ons tot een aanpassing van het onderwijs. Wat Wave doet hoeven we immers niet zelf meer te kennen cq kunnen? Of...

Ik draag al tweeenveertig jaar een bril, mijn moeder en zus zijn voor hun gehoor en communicatie al bijna net zo lang afhankelijk van een gehoorapparaat. "So, what's new? It's just an extended version"

Wie ben jij?

Welke mobiel heb je? Hoe gebruik jij je mobiel?
Hoe communiceer je? Chat je? Met MSN?
Heb je een profiel site? Hyves, Facebook...?
Heb je profielen aangemaakt bij online muziek sites? Deezer, Last.fm?
Speel je online games?
Wie ben jij?
Je kunt deze vragen beantwoorden. Maar als je de vragen stelt aan jouw leerlingen of aan je kinderen, weet je wat zij zullen gaan antwoorden.

Karin Winters denkt na over web 2.0 als leermiddel en beschrijft dat in haar blog. Zij schrijft dit in reactie op de publicatie van Kennisnet Web 2.0 als leermiddel-maart 2009

Maar wie ben jij in de wereld van web 2.0?
En wie ben jij in vergelijking tot je leerlingen en of kinderen?

Om mijn openingsvraag voor mezelf te beantwoorden: ik heb een HTC Magic. Voor het eerst in mijn leven een toestel dat ik echt wílde hebben. Omdat het de Android software heeft. Daarmee heb ik een toestel gekregen waarmee mijn primaire gebruik op het gebied van internet en internet-communicatie ligt en (o ja) ik kan er ook nog mee bellen.
Daarmee ben ik ook ineens heel erg online. Ik merk daarmee dat ik andere dingen doe, andere dingen weet, andere vaardigheden opdoe...
Word ik daardoor ook een andere docent?

De Nieuwe Lerende in vijf kernwoorden beschreven

Naar aanleiding van een Twitter blog van Willem Karssenberg schetst Gerard Dummer hoe hij met behulp van web 2.0 leert Op dit persoonlijke verslag reageert Wilfred Rubens met een meer analytische beschrijving van zijn leerproces. Voor mijn werk schrijf ik al enige tijd aan een document waarin ik dit leren in een model probeer onder te brengen.
De ambitie is om ‘de nieuwe lerende’ in vijf kernwoorden te schetsen: Analoog aan de ontwikkelingspsychologie die de geestelijke (en lichamelijk) groei beschrijft en analyseert, kunnen we ook een ontwikkeling zien van personen die een positie innemen in de digitale wereld

Fase 1: Activering Men beseft dat er een verschil is tussen het ‘web 1.0’ gebruik van internet en ‘het web 2.0’ en men gaat die web 2.0 wereld verkennen. In deze periode wordt geëxperimenteerd met het gebruik van MSN, Skype. Kinderen spelen binnen de omgeving van bijvoorbeeld Runescape, Habbohotel en spellen.nl. Vaak is er ook een passief gebruik van een profielensite zoals Hyves.nl

Fase 2: Identificatie Door de respons die men krijgt op o.m. de profielensite wordt het gebruik van de web 2.0 wereld versterkt. Games in virtuele werelden zoals ‘World of Warcraft’, ‘Call of duty’ en ‘Second Life’ geven een sterke feedback op het handelen van de persoon. Deze periode wordt dan ook gekenmerkt door bewustwording van een digitale identiteit. Op basis van de zelf gecreëerde identiteit voelt men zich deel van een groep in de digitale wereld. Men zoekt aansluiting en gaat zich met die groep identificeren

Fase 3: Groepslid
Men gaat zich binnen de groep manifesteren. De nieuwkomer wordt een actief lid dat bijdraagt aan de groep. Het groepslid wordt actief in het gebruik van applicaties als; blog, twitter, fora, youtube, Flickr e.d. waarbij men voornamelijk reageert.

Fase 4: Profilering binnen de groep De nieuwkomer maakt zich de informatie die in de groep aanwezig is eigen. Hij gaat publiceren en krijgt waardering op zijn bijdragen aan de groep.Daarmee wordt informatie gekoppeld aan zijn specifieke profiel. Zo ontstaat nieuwe kennis. De nieuwkomer wordt binnen de groep meer en meer gezien als ‘bron’. De groep geldt nu als referentiekader voor zijn ontwikkeling en men begeeft zich ook in andere groepen.

Fase 5: Entiteit De nieuwe lerende is blijvend actief. Hij realiseert zich dat kennis in de groep bestaat en dus nauwelijks meer individueel kan worden gereproduceerd. Zo lang men in de groep actief is zal men bijdragen aan de kennisontwikkeling en dus ook zelf meer kennis opdoen. Het klassieke lineaire leren is nu volledig veranderd in NetwerkLeren.Daarmee is de nieuwe lerende een autonoom lid van de groep geworden. Hij functioneert volledig zelfstandig binnen de groep en kan zich vrij bewegen tussen meerdere groepen

Bronnen:
Elleke Verwaijen
Wim Veen